Ik hoop dat JIJ hèt krijgt!

Geplaatst Een reactie plaatsenGeplaatst in Blog, In de praktijk

Dat zei degene met het mondkapje tegen degene zonder mondkapje. Toen liep hij de winkel uit.

Buurtsuper

Ik ben getuige geweest van iets, waar ik nog steeds niet helemaal achter ben. Het gebeurde gewoon voor me. Degene zonder mondkapje stond voor me in de rij bij de kassa. Een Goudse buurtsuper aan het begin van een zondagmiddag. Met gedesinfecteerde handen en een waarschijnlijk nog niet ontsmet mandje liep ik achter een mondkapje te bedenken wat ik ook al weer ‘moest’ halen. Niet iedereen droeg een mondkapje, 75% van de zondag shoppende mensen wel. Mijn ervaring is dat dit per stad, dorp, wijk en winkel erg verschilt. Maar goed, terug naar dat moment.

Boodschap

Keurig op anderhalve meter afstand stonden we daar.
Hij met mondkapje werd geholpen door de kassière.
Hij zonder mondkapje legde zijn spullen op de band.

3 halve liter blikken Amstel en een fles rode wijn. Nattig, vettig achterover gekamd haar, blauw colbertje, blauwe spijkerbroek en bruin leren instappers. Geschatte leeftijd halverwege 50.

Tussentijdse gedachte: Hoe komt het dat ik hem wel zo duidelijk kan beschrijven en hij met mondkapje niet?

Ik met mondkapje stond hierachter te wachten.
Hij met mondkapje – volgens mij net student af, een verdere beschrijving lukt me niet – zegt de kassière gedag. Draait zich om naar hij zonder mondkapje. En met de woorden ‘Ik hoop dat je het krijgt’, loopt hij de winkel uit. Hij zonder mondkapje reageert. Fel, maar gaat niet achter hem aan.  Ik weet niet eens wat hij zei omdat ik nog aan het processen was wat ik meemaakte. Toen richtte hij zijn verontwaardigde, gelukkig niet agressieve, aandacht op de 16-jarige kassière die wijselijk niet inging op zijn uitingen.

Scenario’s

Terwijl ik met mijn tas met vergeten boodschappen naar huis liep kwamen er verschillende scenario’s langs. Stel dat de man met mondkapje nu gewoon eens vanuit oprechte interesse aan hij zonder mondkapje had gevraagd wat maakte dat hij geen mondkapje op had. was de man het vergeten? Zat het mondkapje nog in zijn andere colbert? Of is hij een hell-no-covid-believer? Wat voor bijzonder gesprek had hier kunnen ontstaan? Dan was ik echt nog even gebleven voor het vervolg.

Schouderk(l)opje

Na zijn ‘boodschap’ was hij met mondkapje heûl snel de winkel uit. Waarom? Bang dat hij een ‘reactie’ op zijn gezicht zou krijgen? Bang om de confrontatie aan te gaan? Hoe zou hij thuis komen? ‘Zeg, [degene die bij hem thuis woont of zijn kat] ik heb eens even mijn ongezouten mening en iemand gewoon recht in zijn gezicht Corona toegewenst.’

Zou hij een schouderk(l)opje hiervoor krijgen?

Genoeg vragen die onderweg naar huis door mijn hoofd gingen. En terwijl ik mijn brievenbus open, zie ik het wekelijkse folderpakket liggen. De aankondiging van ‘Wilde weken’ ligt bovenop. Nee toch?!

Wilde Weken

O nee, Wilde Woon Weken van de Karwei. Maar ik denk echt dat het wilde weken gaan worden. Wat staat ons komende herfstmaand te wachten? En aan hoeveel medemensen wenst hij met mondkapje hèt toe de komende tijd? En hoeveel zijn er, zoals hij met mondkapje, die op deze manier denken een bijdrage te leveren aan de bestrijding van Corona?

Ik draag mijn mondkapje. Ter bescherming van anderen en mezelf. Dit is een beslissing aan een ieder, iets met eigen verantwoordelijkheid. Dat is Nederland. Een democratie waar we zelf voor hebben gekozen. En daar kun je het mee eens zijn of niet. Maar wens niet iemand iets toe op basis van het wel of niet dragen van een mondkapje. Let op je dierbaren en blijf gezond. Ik hoop dat JIJ dit behoudt.

Ook mijn kijk is besmet geraakt

Geplaatst Een reactie plaatsenGeplaatst in Blog

Ilja Leonard Pfeijffer schrijft het in zijn NRC column vanuit Genua: ‘Ik vrees dat mijn kijk op dingen besmet is geraakt.’ En toen ik dit las, besefte ik het ook. Ik kan niet meer ‘normaal’ naar dingen kijken. Mijn kijk is besmet, besmeurd en verknipt geraakt of toch niet helemaal?

Besmeurd

Zoals ik ‘vroeger’ -lees voor het Corona tijdperk – zaterdags naar de Goudse Markt fietste, voel ik me nu bezwaard. In het centrum zie ik te veel mensen, te overal. Op de Markt staat een geplakte route aangegeven. Maar ik weet niet waar de nootjeskraam staat… Er lopen te veel mensen, te dichtbij en te langs elkaar. Waarom hou jij niet rechts aan of juist links? Vrijwilligers met hesjes spreken mensen aan op eens normaal gedrag. Het normale is besmeurd geraakt.   

Het is te laat… op het moment dat mijn voet bij het afstappen de grond raakt, dendert het besef naar boven.  ‘Niet goed, niet oké en jij hebt hier eigenlijk niets te zoeken. Ga terug, keer om.’ Mijn interne navigatie slaat uit. De enige actie die geen alarmbellen en rode vlaggen oplevert is rechtsomkeer.

Paria

Ik baal van mezelf dat ik dit gevoel heb. Even voor de goede orde…. bij lekker weer ging ik – ja, absoluut verleden tijd- met plezier naar de stad. Winkeltjes langs, Markt over, struinend voor verse groente en fruit, misschien zelfs nog een paar schoenen, boek of jurkje scorend. En afsluitend een kop koffie op een terras. Kadootje aan mezelf. Genietmomentje, hoe je het ook noemt.

En ik genoot ervan! Liefst ’s avonds met lief in de herhaling.

Dat gevoel is besmet, het voelt niet meer oké, meer dan niet oké. Terrassen zijn dicht en ondanks dat ze 1 juni weer kunstmatig opengaan, is de fun weg. Net zoals boodschappen doen, je pakketje ophalen of wegbrengen, op de fiets wachtend voor het stoplicht, afspreken met familie, vrienden of klanten. Ik voel me als een paria in mijn eigen wereld.

Ontsmet

Voor anderhalf uur had ik afgelopen woensdag hèt gevoel weer terug! Bij de kapper. Oké, een paar geplakte pijlen, maar niet zo schreeuwerig en dwingend. Ontsmet volg ik ze. In plaats van vrije inloop, kwam ik op afspraak.

Gewoon een kapster, stoel, spiegel, zelfs koffie. Ik word als een echte klant behandeld! Geen mondkapjes, geen handschoenen, normale praatje poepgesprekken (uiteraard wel inclusief de Corona perikelen), echte aanraking, het heerlijke ouderwetse fysieke contact bij het haren wassen en de hoofdmassage, de hand tegen je oor om je hoofd een beetje schuin te brengen en dat allemaal binnen 1,5 meter afstand……. [diepe fijne zucht].

Verknipt

Het voelde zo vertrouwd, zo fijn, ondanks dat ik de kapster in kwestie niet kende, was ze me ineens erg dierbaar.  Zo was het dus, ooit… het lijkt bijna jaren geleden. Ik wens iedereen dit soort momenten toe, soort van trip down Memory Lane. Komt het ooit weer helemaal terug? Geen idee, het gevoel was ook gelijk weg toen ik de deur uit stapte. Maar toch, ik mocht het weer even beleven. Toch niet alles is helemaal aangetast.

Het goede nieuws is – lieve mede burgers-  dat inderdaad niet alles besmet blijkt, hooguit verknipt, zoals mijn haar die dag. DAT neem ik voor nu maar voor lief…

Trip down MemoryLane

Racisme, roze staat mij gewoon niet

Geplaatst Een reactie plaatsenGeplaatst in Blog, In de praktijk

‘Want als je geen negatieve gedachten hebt over kleur, geen racistische grappen vertelt, aardig bent en zelfs vrienden met kleur hebt, dan kun je toch geen racist zijn?’ volgens Antiracismetrainer Robin DiAngelo.

Terminaal

Eén keer is mijn fiets gejat. Gestolen is hier niet het juiste woord, gewoon gejat. Hij stond geparkeerd voor het huis van mijn vriendje. 15 jaar was ik. Een witte opoe fiets omgetoverd met zwart tape tot zebra… dan zou je toch denken, deze jat je niet, want hij is vrij zichtbaar. Maar nee. Sindsdien is mijn vertrouwen in een enkel slot volledig weg en ben ik actief aanhanger van het geloof der meerdere sloten in combinatie met een lantaarnpaal of fietsrek.

Op vriendelijk doch zeer dwingend advies van mijn pa heb ik aangifte gedaan. Echt waar. Geen idee wat de waarde van mijn fiets toen was. Voor hem was het meer een principe kwestie denk ik en een lesje ‘hoe werkt het Nederlandse systeem’. Je gelooft het of niet. Mijn fiets werd gevonden… In korte tijd getransformeerd tot een rijdende uiting van een unicorn met alle troetelbeertjeskleuren.  Te erg. En helaas ook technisch terminaal.

Doodslag

De les ging verder. Drie jongens werden in verband gebracht met deze poging tot doodslag op mijn fiets. Vandalisme noemde de rechter het. Want mijn vader heeft ze voor laten komen inclusief hun ouders. Jongens van dezelfde leeftijd, toen ook pubers. Het werd een schadevergoeding uitgekeerd in guldens. En het waren gewone, Nederlandse, blanke, autochtone, merkloze kleding dragende  pubers uit modale, niet gescheiden gezinnen. Hun religie, geen idee, maar de ouders bezochten volgens mij dezelfde kerk als mijn ouders.

Mijn fiets was niet gejat door Marokkanen, Antillianen, Turken, Duitsers, Joden, Polen, gekkies of Zwarte Piet. De hele racisme discussie vind ik lastig. Racisme gaat over vooroordelen, geweld en discriminatie met nu even mijn fiets als voorbeeld. Want totaal afhankelijk van je gesprekspartner of publiek kan alles, maar dan ook alles wat je zegt racistisch geladen en uitgelegd worden. In mijn beleving kansloos voor een goed gesprek.

Racisteren

Ik heb geen negatieve gedachten over kleur, al staat roze mij gewoon echt niet. Ik vertel nooit een grap, althans geen goede. Geregeld ga ik met kleurrijke vrienden om. En na een kort belrondje, schijn ik ook best aardig te zijn. Ik zie mezelf dus ook niet als racist.

Mijn overtuiging ligt bij normen en waarden. En ik denk namelijk dat de racisme discussie eigenlijk om normen en waarden draait… of ben ik nu té anders denkend of racisteer ik toch?

Weet je… ik vind het ook eigenlijk prima. Ieder zijn ding. Ik hou me liever bezig met het vertalen van normen en waarden naar uitingen en gedrag. Benieuwd hoe? Ik sta open voor onbevooroordeeld, geweldloos en discriminatievrij contact.